Onzichtbaar wonder
- Date
- context
- Brochure voor het AVRO/TROS Vrijdagconcert 2025-2026
Tussen het glanzende hout en het kronkelende koper van een symfonieorkest is een stem bepaald geen imponerende verschijning. Je kunt hem niet eens zien. Een zanger mag dan indruk maken, het daadwerkelijke instrument is maar net een halve piccolo lang, van het strottenhoofd tot aan de lippen. Toch kan zo’n nietig instrument een orkest omver blazen, het is een klein akoestisch wonder. Een stem kan beatboxen, boventoonzingen, lachen, lispelen, zingen en zwijgen. Een stem kan breken, somber stemmen en van geluk je hart doen overslaan. Wat is dit voor instrument?
Spelend stemmen
Zingen, zal elke zanger je vertellen, begint met de adem. Daarvoor gebruiken zangers de hele romp, van borstbeen tot bekkenbodem. Maar de bron van het stemgeluid zit toch echt in het strottenhoofd, bij mannen herkenbaar als de iets uitstekende adamsappel. In het strottenhoofd zitten twee stembanden zorgvuldig opgeborgen. Lucht die uit de longen tussen de stembanden door wordt geblazen, zorgt ervoor dat de stembanden tegen elkaar komen, weer openen, sluiten, enzovoorts. Hoe sneller die stembanden openen en sluiten, hoe hoger de toon. In dat opzicht is de stem net een trompet, waar je een toon maakt door lucht tussen de lippen door te persen.
De stem heeft ook iets van een viool. Bij een viool span je tijdens het stemmen eerst de snaren strak en tijdens het spelen pas je alleen nog maar de lengte van de snaren aan. Bij stembanden is dat iets ingewikkelder. Net zoals bij een snaar kan je stembanden strakker spannen door ze op te rekken. Maar je kan ze ook strakker spannen door de spieren in de stembanden aan te trekken — dat kan een snaar niet. Het vraagt wat coördinatie, maar om te zingen passen zangers zowel de lengte als de spanning van de stembanden tegelijkertijd aan: alsof je viool speelt, terwijl je de snaren aan het stemmen bent.
Schilderen met klank
Met alleen stembanden zijn we er nog niet. Zelfs de best getrainde stembanden produceren hoogstens een wat kleurloze brom. Daarin zit een rijk palet aan hogere boventonen verstopt. Hoeveel van elke boventoon er in een geluid zit, bepaalt deels de kleur van de klank: wat een hobo van een viool onderscheidt, maar ook de klinker ‘a’ van een ‘oe’. Die klinkers maken we door de tong, kaak en lippen te bewegen en zo de vorm van het spraakkanaal te veranderen. Eigenlijk vervormen we dan de klankkast van het instrument. Sommige boventonen klinken daardoor luider mee, andere juist zachter. Dat geeft de klank kleur: een suffe brom wordt zo een mooie heldere klinker.
De klankkast van een viool is eeuwenlang bijgeschaafd om het geluid perfect te kleuren en te projecteren. Zangers hebben dat geluk niet en moeten voor elke klinker als het ware een andere klankkast bouwen. Niet van mooi, stevig hout, maar van spieren en zachte weefsels, zodat je ook nog vliegensvlug van klankkast (klinker) kan wisselen. Zeker voor een klassieke stem luistert dat nauw. Om onversterkt over een orkest heen te komen, leren zangers hun energie te focussen op het deel van het geluidsspectrum waar het orkest minder luid is (zo rond de drieduizend Hertz). Door hun klankkast zo te vormen dat precies die boventonen luider worden, krijgt de klank een kern (squillo, voor liefhebbers) die moeiteloos door een orkest heen prikt. Bij twijfel: niet hard, maar slim zingen, dus.
Dierenstemmen
Waarom worden mensen met zo’n bijzonder instrument geboren en ís de stem eigenlijk wel zo bijzonder? Dat valt tegen. Het strottenhoofd van uw kat, hond, of welk zoogdier u ook heeft, ziet er grofweg hetzelfde uit. Er zijn wel anatomische verschillen. Zo liggen de tong en het strottenhoofd bij de mens permanent lager in de keel. Maar helemaal uitzonderlijk is een laag strottenhoofd ook weer niet: edelherten trekken hun strot maar liefst dertig centimeter naar beneden als ze burlen, in de hoop dat zulk diep gebrul de vrouwtjes mag bekoren.
Al die strottenhoofden produceren natuurlijk totaal verschillende klanken. Olifanten zingen lager dan wij kunnen horen,vleermuizen juist veel hoger. Toch is het principe erachter vaak hetzelfde: trillende stembanden zijn de bron van het geluid, de holtes daarboven werken als een filtertje dat het geluid kleur geeft. Volgens sommige onderzoekers zouden chimpansees dan ook prima klinkers moeten kunnen maken (of zelfs ‘mama’ kunnen zeggen): voer voor verhitte wetenschappelijke discussies. Maar zelfs als het instrument anatomisch weinig verschilt van andere zoogdieren, mag het duidelijk zijn dat mensen hun stemmen anders bespelen.
Wiegeliedjes
Wanneer onze voorouders precies begonnen te zingen is moeilijk te zeggen. We weten niet eens of we eerder spraken dan zongen. Maar zingen kwam er waarschijnlijk vroeg bij, ook in ons eigen leven. Al in de baarmoeder luisteren baby’s naar de stem van hun moeder. Eenmaal geboren, blijven ouders over de hele wereld via melodieën met baby’s communiceren: in overdreven intonatie of in wiegeliedjes. En baby’s reageren daarop. Zo ontspannen ze aantoonbaar meer bij wiegeliedjes – ook uit totaal onbekende culturen – dan bij andere liedjes. De stem verbindt mensen met hun baby’s, en met elkaar.
Persoonlij kheid
Net als bij veel andere dieren vertelt een stem namelijk veel over het individu. De stem van een vriend herkennen we direct, maar in een onbekende stem herkennen we alsnog sekse, leeftijd of afkomst. Onze stem is een venster op onze binnenwereld. Verdriet en blijdschap, angst of enthousiasme, je kunt het allemaal horen. Niets is zo erg als je stem verliezen, want daarmee geef je uiting aan wie je bent, wat je voelt en denkt, aan je persoonlijkheid. De stem mag een akoestisch wonder zijn, dat wat het instrument pas écht bijzonder maakt, is misschien wel je persoonlijkheid.